Het boek Exodus verhaalt ons

de geschiedenis van het ontstaan van
Israël als natie. Mozes is hierbij de centrale figuur, die het volk
uit Egypte uitleidde. God gaf ons door hem de wet. Het boek valt
uiteen in twee gedeelten:
1. Israël ontkomt aan de slavernij in Egypte (hoofdstuk 1-19).
2. De wet en de bouw van de tabernakel te Sinaï (hoofdstuk 20-40).
Van Egypte naar het beloofde land


Exodus 2 Een man uit de stam Levi trouwde met een vrouw uit diezelfde stam.
2 Zij werd zwanger en bracht een zoon ter wereld. Het was een mooi kind en ze
hield het verborgen, drie maanden lang.
3 Toen ze geen kans zag haar zoon nog langer verborgen te houden, nam ze een
mand van papyrus, bestreek die met pek en teer, legde het kind erin en zette de
mand tussen het riet langs de oever van de Nijl.
4 De zuster van het kind ging een eind verderop staan, om te zien wat er met hem
zou gebeuren.
5 Even later kwam de dochter van de farao naar de Nijl om te baden, terwijl
haar dienaressen langs de rivier heen en weer liepen. Zij ontdekte de mand
tussen het riet en liet die door een van haar slavinnen halen.
|
|
| |
| |
Ex.2:11
Toen Mozes volwassen geworden was, zocht hij op een dag de mensen
van zijn volk op. Hij zag welke zware dwangarbeid ze verrichtten en
was er getuige van dat een Hebreeër, een volksgenoot van hem, door
een Egyptenaar werd geslagen.
|
3 |
Ex. 3:1-2 Mozes was gewoon de schapen en geiten van zijn schoonvader
Jetro, de Midjanitische priester, te weiden. Eens dreef hij de kudde tot voorbij
het steppeland, en zo kwam hij bij de Horeb, de berg van God.
2 Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een
doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door
het vuur werd verteerd.
|
4
|
Ex
7:10 Mozes en Aäron gingen naar de farao en deden wat de HEER hun
had opgedragen. Voor de ogen van de farao en zijn hovelingen gooide
Aäron zijn staf op de grond, en de staf veranderde in een slang.
|
5 |
Ex
8:1-4 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ga naar de farao en zeg tegen hem:
“Dit zegt de HEER: Laat mijn volk gaan om mij te vereren. Weigert u
dat, dan straf ik uw hele rijk met een kikkerplaag. De Nijl zal
wemelen van de kikkers; ze zullen uit het water komen en uw paleis
binnendringen, tot in uw slaapkamer en uw bed toe, en ze komen in de
huizen van uw hovelingen en van uw hele volk, zelfs in uw ovens en
baktroggen. Ze zullen ook op u en op uw volk en uw hovelingen
springen.”
|
6 |
Ex
14:14-16 De HEER zal voor u strijden, u hoeft zelf niets te doen.’
De HEER zei tegen Mozes: ‘Waarom roep je mij te hulp? Zeg tegen de
Israëlieten dat ze verder trekken.Jij moet je staf geheven houden
boven de zee en zo het water splijten, zodat de Israëlieten dwars
door de zee kunnen gaan, over droog land.
|
7 |
Ex 15:20 De profetes Mirjam, Aärons zuster, pakte haar tamboerijn,
en alle vrouwen volgden haar, dansend en op de tamboerijn spelend.
|
8 |
 Ex
32:15 Mozes ging de berg af met in zijn handen de Tien Geboden,
geschreven op de beide kanten van twee stenen plaquettes. |
9 |
 
Ex. 32:18 Maar Mozes zei: ‘Dat is geen gejuich na een overwinning en
geen geweeklaag na een nederlaag. Luid gejoel–dát hoor ik.’ 19
Dichter bij het kamp gekomen, zag hij het stierenbeeld en het
gedans. Woedend smeet hij de platen aan de voet van de berg aan
stukken. 20 Hij greep het stierenbeeld, gooide het in het vuur en
verpulverde het. De as strooide hij op het water, en dat liet hij de
Israëlieten drinken. |
|
Nu. 21:4 De Israëlieten braken op en trokken van de berg Hor in de richting van de
Rietzee om het gebied van Edom te mijden. Onderweg werd het volk ongeduldig. Het begon te klagen tegen God en Mozes: ‘Waarom hebt u ons uit Egypte gehaald? Moeten we hier in de woestijn omkomen? We hebben geen brood en geen water. Dat eeuwige manna hangt ons de keel uit.’ Toen stuurde de Heer giftige slangen op het volk af. Veel Israëlieten werden gebeten en stierven.Het volk ging naar Mozes en zei: ‘Wij hebben er verkeerd aan gedaan ons bij jou en bij de Heer te beklagen. Vraag hem of hij ons van die slangen wil verlossen.’ Toen Mozes voor het volk had gebeden,zei de Heer tegen hem: ‘Maak een bronzen slang en zet die op een paal. Ieder die gebeten is en ernaar kijkt, zal blijven leven.’ Mozes maakte een
bronzen slang en zette die op een paal. Wie door een slang was gebeten en naar de bronzen slang keek, bleef in leven. |
|
Nu.
13:24 Aan de druiventros die de Israëlieten daar afsneden, heeft het
Eskoldal zijn naam te danken.25 Nadat ze het land veertig dagen lang
verkend hadden, keerden ze terug naar Kades in de woestijn van
Paran, naar Mozes, Aäron en de andere Israëlieten. Ze brachten aan
het hele volk verslag uit en lieten de vruchten uit het land zien.
|
|
De
34:1 Toen verliet Mozes de vlakte van Moab en hij beklom de
Nebo, een van de toppen van de Pisga, tegenover Jericho. Daar
liet de HEER hem het hele land zien: het hele gebied van Gilead
tot aan Dan, Naftali, het gebied van Efraïm en Manasse, heel
Juda tot aan de zee in het westen,de Negev, de Jordaanvallei en
de vlakte bij de palmstad Jericho, tot aan Soar. De HEER zei
tegen hem: ‘Dit is het land waarvan ik aan Abraham, Isaak en
Jakob onder ede heb beloofd dat ik het aan hun nakomelingen zou
geven. Ik laat het je nu zien, maar erheen oversteken zul je
niet.’ Zo stierf Mozes, de dienaar van de HEER, daar in Moab,
zoals de HEER gezegd had.
|
|