Abraham, de vriend van God

Als u op een plaatje klikt en de pijltjestoetsen gebruikt op uw toetsenbord kunt u navigeren

In Jesaja 41:8 stelt God Abraham voor als Zijn vriend. Ook Jacobus 2:23 noemt Abraham de vriend van God. 

Om Abraham voor te bereiden op de plaats die God voor hem bedoeld had, verscheen hem 'de God der heerlijkheid' (Handelingen 7:2). God liet Abraham mooie dingen zien: zicht op de Heer Jezus (Johannes 8:56) en zicht op de hemelse stad 'met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd' (Hebreeën 11:10).

"Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, in gehoorzaamheid getrokken naar een plaats, die hij ter erfenis zou ontvangen, en hij vertrok, zonder te weten waar hij komen zou." (Hebreeën 11:8) Abrahams onwankelbare gehoorzaamheid is één van de meest opmerkelijke bewijzen van geloof die in de Bijbel gevonden worden. Voor hem was geloof "de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet". (Hebreeën 11:1) Vertrouwend op Gods belofte verliet hij zijn familie en vaderland en ging uit zonder te weten waarheen, om te volgen waar God zou leiden. "Door het geloof heeft hij vertoefd in het land der belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaak en Jacob, die medeërfgenamen waren van dezelfde belofte." (Hebreeën 11:9)

 
Genesis 18:8 Hij haalde boter en melk, nam het gebraden kalf en zette alles aan zijn gasten voor.Genesis 19:24 Toen liet de HEER uit de hemel zwavel en vuur neerkomen op Sodom en Gomorra en hij vernietigde die steden en de hele valleiEen van de gelegenheden waarbij God bij Abraham op bezoek kwam, was bij de eiken van Mamre.(Genesis 18:1)

Genesis 18:23 ¶  Abraham ging dichter naar hem toe en vroeg: ‘Wilt u dan behalve de schuldigen ook de onschuldigen het leven benemen?

 

 

God vertelt hem dat Sara een zoon zal krijgen en God praat met hem over de steden Sodom en Gomorra die Hij wil verwoesten omdat ze zo slecht zijn.(Genesis 18:15)

 
   
Genesis 20:1 Abraham brak op en trok naar de Negev, waar hij tussen Kades en Sur ging wonen. Genesis 22:13 Abraham keek rond en zag vlakbij een ram, die met zijn horens in de struiken vastzat. In plaats van zijn zoon offerde hij die ram als een brandoffer op het altaar. Genesis 20:1 Abraham brak op en trok naar de Negev, waar hij tussen Kades en Sur ging wonen.

Genesis 22:13 Abraham keek rond en zag vlakbij een ram, die met zijn horens in de struiken vastzat. In plaats van zijn zoon offerde hij die ram als een brandoffer op het altaar. 

   
   
Genesis 14:18  En Melchisedek, de koning van Salem, liet brood en wijn brengen. Hij was een priester van God, de Allerhoogste, Genesis 18:1  De HEER verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre. Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent.Toen hij opkeek, zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Genesis 22:6 Hij pakte het hout voor het offer, legde het op de schouders van zijn zoon Isaak en nam zelf het vuur en het mes. Zo gingen zij samen verder.