Jezus, Zoon van God

Jezus is voor ons aan het kruis gestorven Toen de eerste mensen in de Hof van Eden zondigden, werden zij bang en probeerden zich voor God te verbergen. Maar God zocht hen in Zijn liefde op en begon met hen te spreken. God zei hun, dat zij zeker gestraft zouden worden om hun zonde, maar Hij bracht ze ook een boodschap van hoop. Dood, lijden en moeite zouden niet het laatste woord in hun leven hebben. Zij hoefden niet in wanhoop te leven! God beloofde, dat eenmaal iemand op aarde zou komen, die een heerlijke overwinning zou behalen over zonde en dood! Hoewel zij het op dat moment niet helemaal begrepen; de persoon die God beloofde te zenden was de Here Jezus Christus. De Here Jezus was degene, die vergeving en vrede zou brengen. De Here Jezus zou verloren mensen terugbrengen in de gemeenschap met God! Gods Zoon straalt van Gods heerlijkheid en uit alles wat Hij is en doet, blijkt dat Hij in wezen God is.

lucas 5:9  Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden;

Door voor ons te sterven, heeft Hij ons gereinigd en al onze zonden uitgewist. Daarna is Hij naast de Almachtige God, Die in de hemelen is. Zo is Hij groter en belangrijker geworden dan de engelen, wat ook blijkt uit de prachtige naam die Zijn Vader Hem heeft gegeven: Zoon van God. (Hebreeën 1: 3-4) God zond de Here Jezus in de wereld, opdat wij door Hem het eeuwige leven zouden kunnen verkrijgen. Want God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de wereld te veroordelen, maar om haar van de ondergang te redden. (Johannes 3:16-17)

Lucas 1:13 Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen


De Here Jezus werd als een mensenkind geboren uit de Joodse maagd Maria. De engel Gabriel werd door God gezonden tot de maagd Maria. en zei tot haar: '...gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam heten JEZUS.' (Lucas 1:26,27,30,31) De Here Jezus werd verwekt door God, de Heilige Geest. Toen Zijn moeder Maria met Jozef verloofd was -en dus nog niet met hem samenwoonde- bleek zij in verwachting te zijn door de Heilige Geest. (Mattheüs 1:18b)


De wereld was niet in feestvreugde toen de Here Jezus geboren werd, want de Here Jezus werd geboren in een kleine plaats onder heel armoedige omstandigheden. Toen zij in in Bethlehem waren, moest Maria bevallen. Zij bracht haar eerste kind ter wereld, een jongen. Zij wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, want in de herberg van het dorp hadden Jozef en Maria geen onderdak kunnen vinden. (Lucas 2: 6b, 7) Hem werd Hem de naam Jezus gegeven, omdat de naam Jezus betekent: God redt, Verlosser. De Here Jezus is gekomen om Zijn volk te verlossen van hun zonden.
 

   


De Here Jezus ging door het land Israël, onderwijzend, predikend, zieken genezend, duivelen uitwerpend, zonden vergevend en helpend degenen die in nood waren.

Mt 5:1 1  Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.   
   
     
     

Jezus ging alle steden en dorpen van dat gebied langs en sprak in de synagogen. Overal vertelde Hij de blijde boodschap van het Koninkrijk. Waar Hij ook kwam, genas Hij alle ziekten en kwalen. (Mattheüs 9:35)

Jezus zegent de kinderen

Ook joeg Hij uit vele mensen boze geesten weg. Die schreeuwden dan: 'U bent de Zoon van God!'. (Lucas 4:41a) De meeste mensen waren verbaasd en velen geloofden in Hem. Velen geloofden in Hem en zeiden: 'Zou de Christus nog meer wonderen kunnen doen dan deze Man?'. (Johannes 7:31). Niet iedereen die zijn wonderen zag en Hem hoorde spreken geloofde in de Here Jezus, want, de Here Jezus werd verworpen door de Joodse leiders, die afgunstig waren.

Jezus wast de voeten van de apostelen       
Mt 27:11 ¶  Toen Jezus voor de prefect stond, stelde deze hem de vraag: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Jezus zei: ‘U zegt het.’ Mt 27:23  Hij vroeg: ‘Wat heeft hij dan misdaan?’ Maar ze schreeuwden alleen maar harder: ‘Aan het kruis met hem!’

Zij gaven de Here Jezus over aan de Romeinse stadhouder om gedood te worden. Vroeg in de morgen kwam de Hoge Raad weer bijeen om te bespreken hoe de Romeinse overheid overgehaald kon worden Jezus ter dood te brengen. Na afloop van de vergadering stuurden zij Hem geboeid naar Pilatus, de Romeinse gouverneur. (Mattheüs 27:1,2) Pilatus wist wel dat de Joodse leiders Jezus uit jaloezie hadden laten arresteren. (Mattheüs 27:18)

De Here Jezus werd bespot en gemarteld door Romeinse soldaten en daarna ter dood gebracht aan een kruis buiten de stad Jeruzalem. Zij namen Hem mee naar de binnenplaats van de burcht en riepen het hele bataljon bijeen. Zij deden Hem een rode mantel om, zetten Hem een kroon van doornige twijgen op, salueerden en riepen: 'Lang leve de koning van de Joden!' Daarna sloegen zij Hem met een stok op het hoofd en spuugden naar Hem. Zij deden net of zij Hem vereerden door voor Hem op de knieën te vallen. Nadat zij Hem bespot hadden, deden de soldaten Hem de rode mantel af, trokken Hem Zijn eigen kleren weer aan en brachten Hem weg om gekruisigd te worden. (Markus 15:16-20).

Joh 19:19  Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. Joh 19:25  Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. Mt 46  Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?‘ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Mr 15:46  Josef kocht een stuk linnen, haalde Jezus van het kruis en wikkelde hem in het linnen.

 

De Here Jezus werd niet gekruisigd omdat Hij iets verkeerds gedaan had, want Hij leefde een absoluut volmaakt leven. Hij deed geen kwaad en zei nooit iets wat niet waar was. Als Hij beledigd werd, zei Hij niets lelijks terug. Als de mensen Hem pijn deden, dreigde Hij niet het hun betaald te zetten. Hij liet het allemaal over aan God die rechtvaardig oordeelt. (1 Petrus 2:22, 23) Nadat Hij gestorven was werd het lichaam van de Here Jezus werd liefdevol begraven door een rijke man, Jozef. Jozef nam het lichaam en wikkelde het in nieuw, schoon linnen. Daarna legde hij het in een nieuw graf dat hij pas in de rotsen had laten uithakken. Hij rolde een grote steen voor de ingang en ging weg. (Mattheüs 27:59, 60) Maar het lichaam van de Here Jezus bleef niet in het graf, na drie dagen is de Here Jezus weer opgestaan. God, Die het voorzag, heeft Hem uit de greep van de dood bevrijd en weer levend gemaakt. De dood kon Hem niet vasthouden. (Handelingen 2:24)

 Lu 24:2  Bij het graf aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het graf was weggerold  Mr 16:5  Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk.  Joh 20:28  Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’      

Nadat Hij uit het graf was opgestaan bleef de Here Jezus veertig dagen op aarde om Zijn discipelen te laten zien dat Hij leefde. Gedurende de veertig dagen na Zijn kruisiging is Hij van tijd tot tijd bij de apostelen geweest en bewees hun op allerlei manieren dat Hij het echt Zelf was. Telkens weer sprak Hij met hen over het Koninkrijk van God. (Handelingen 1:3)

Hnd 1:10  Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Hemelvaart Hemelvaart Hemelvaart Hemelvaart

Na die veertig dagen ging de Here Jezus ging terug naar de hemel, waar hij nu heerst over alles in de hemel en op aarde. Jezus nam hen mee naar Bethanië. Hij hief Zijn handen op en zegende hen. Terwijl Hij dat deed werd Hij opgenomen in de hemel. (Lucas 24:50-51) Christus is uit de dood teruggekomen om de belangrijkste plaats naast God in te nemen. Nu is Hij hoog verheven boven elk gezag, elke macht, kracht en regering, boven alles waarvoor men respect heeft; niet alleen in deze wereld, maar ook in de wereld die komt. (Efeze 1:20b, 21a) Op dit moment bidt de Here Jezus voor degene die Hem toebehoren en bereidt een plaats voor hen. Christus is het heiligdom binnengegaan om in onze plaats voor God te verschijnen. (Hebreeën 9:24a) Jezus zei: 'Waar Mijn Vader woont, zijn vele woningen. Als dat niet zo was, zou Ik het u wel gezegd hebben. Ik ga er nu heen om alles voor u in orde te maken.' (Johannes 14:2)

Johannes 14:3 Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben. Openbaring 21:10 Ik raakte in vervoering, en hij nam mij mee naar een heel hoge berg en liet me de heilige stad Jeruzalem zien, die uit de hemel neerdaalde, bij God vandaan.

Maar de Here Jezus blijft niet in de hemel, eenmaal zal Hij terugkomen op aarde en zal degene die Hem toebehoren tot Zich nemen. Jezus zei: 'Wanneer Ik daarmee klaar ben, kom Ik terug om u op te halen. Dan mag u voor altijd bij Mij zijn.' (Johannes 14:3)