Genesis 6:5 De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles
wat ze uitdachten was steeds even slecht.Hij kreeg er spijt van dat
hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst.Ik zal de mensen
die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij, en met de
mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want ik heb er
spijt van dat ik ze heb gemaakt.Alleen Noach vond bij de HEER
genade. |
|
 |
|
|
Genesis 6:14 Maak jij nu een ark van pijnboomhout. |
|
 |
1 |
|
Genesis 6:18 Maar met jou zal ik een verbond sluiten. Jij moet de
ark in gaan, samen met je zonen, je vrouw en de vrouwen van je
zonen.En van alle dieren moet je er twee in de ark brengen, om
ervoor te zorgen dat die met jou in leven blijven. |
|
 |
4 |
|
Genesis 7:6 Noach was zeshonderd jaar toen de zondvloed kwam, een
watermassa die de aarde overspoelde. |
|
|
8 |
| Genesis 7:24 Honderdvijftig dagen lang
was de aarde helemaal met water bedekt. Toen dacht God weer aan
Noach en aan alle wilde dieren en het vee bij hem in de ark. Op zijn
bevel begon er een wind over de aarde te waaien, waardoor het water
afnam. |
|
|
11 |
Genesis 8:4 Op de zeventiende dag van
de zevende maand liep de ark vast op het
Araratgebergte.Het water zakte voortdurend verder, en op de eerste
dag van de tiende maand werden de toppen van de bergen zichtbaar.
  |
|
 |
|
| Genesis 9:16 Als ik de boog in de
wolken zie verschijnen, zal ik denken aan het eeuwigdurende verbond
tussen God en al wat op aarde leeft. Dit, ‘zei God tegen Noach, ‘is
het teken van het verbond dat ik met alle levende wezens op aarde
gesloten heb.’ |
|
| |
|